Ingebrekestelling niet geaccepteerd?

Hallo iedereen,

Ik heb beroep ingesteld bij de rechtbank omdat ik stukken heb opgevraagd bij de Douane. Dit Woo-verzoek heb ik in februari ingediend en ik heb al die tijd moeten wachten. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en heb ik de Douane in gebreke gesteld (per mail) en een beroep wegens niet tijdig beslissen ingediend nadat de termijn van de ingebrekestelling was verstreken.

Nu krijg ik een maand verder een bericht van de Douane dat mijn ingebrekestelling niet wordt geaccepteerd omdat deze per mail is verstuurd en zij enkel fysieke ingebrekestellingen accepteren. Dat vind ik heel raar, dus heb ik gebeld om te vragen waarom dit zo is. Ik kreeg van de medewerker te horen dat het gaat om de natte handtekening en dat de Douane heel ouderwets is.

Ik kan mij herinneren dat de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) bestuursorganen verplicht om berichten ook digitaal aan te nemen, of ten minste een digitaal kanaal aan te wijzen. Nu heb ik verder onderzoek gedaan en zie ik dat er een wijzigingsbesluit is genomen door de Douane waarin staat dat alle berichten inzake dwangsom bij niet tijdig beslissen vallen onder het kopje “Uitsluitend langs andere dan elektronische weg” (zie Staatscourant 2025, 43333 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen). https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-43333.html

Dit is toch tegenstrijdig met de Wmebv? Loop ik nu het risico dat mijn beroep hierdoor niet-ontvankelijk wordt verklaard? Verder benoemen ze paragraaf 4.1.3.2 van de Awb. Dat gaat toch over een bestuurlijke dwangsom? Of maakt dat niet uit, aangezien de Woo sowieso geen bestuurlijke dwangsom kent? Bovendien is het heel merkwaardig dat Woo-verzoeken en de communicatie daarover wel allemaal elektronisch kunnen, maar een ingebrekestelling niet.

Foto van paragraaf 4.1.3.2 Awb, dat n.v.t zou zijn via een elektronische kanaal

Hi,

Nee, je beroep zal niet niet-ontvankelijk worden verklaard (als de rechter weet wat die moet doen tenminste).

En ja, de Wmebv regelt inderdaad dat ingebrekestellingen digitaal MOETEN worden geaccepteerd.

Dus als ze aan de rechtbank zeggen dat het niet zo is, kun je de rechter verwijzen naar het volgende:

Overeenkomstig artikel 2:13, lid 1, Awb komt aan eenieder het recht toe om een bericht dat deel uitmaakt van een procedure over een besluit of een klacht of een ander krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven bericht elektronisch aan een bestuursorgaan te kunnen verzenden.

Onder een bericht dat deel uitmaakt van een procedure over een besluit hetzij een ander krachtens wettelijk voorschrift voorgeschreven bericht wordt volgens de memorie van toelichting van artikel 2:13 Awb eveneens een ingebrekestelling verstaan. zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 261, nr. 3, blz.10 jo. blz. 42.

Tevens wordt opgemerkt dat artikel 2:13, lid 2, Awb het bestuursorgaan ertoe verplicht om een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke elektronische wijze van verzenden aan te wijzen. Zie ook Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 261, nr. 3, blz. 42.

In casu blijkt dat het bestuursorgaan in strijd met artikel 2:13, lid 2, Awb geen elektronische wijze van verzenden heeft opengesteld voor het indienen van ingebrekestellingen, zodat het in strijd handelt met voornoemd artikel.

Aangezien dit eiser, oftewel jou, niet verweten kan worden, dient de per e-mail verstuurde ingebrekestelling als rechtsgeldig te worden beschouwd.

Nu het bestuursorgaan niet binnen de gestelde termijn van twee weken heeft besloten, verkeert het in een staat van gebreke.

Blz 10 van voornoemde memorie van toelichting:
“3.3.1.1 «Officiële berichten»
«Officiële berichten» zijn berichten in het kader van, ambtshalve en op
aanvraag te nemen, besluiten (waaronder vallen: aanvragen, zienswijzen
en bedenkingen, aanvullingen als bedoeld in artikel 4:5 Awb, bezwaar- en
beroepschriften), klachten en andere krachtens wettelijk voorschrift
voorgeschreven berichten, zoals meldingen. Dat betreft natuurlijk in de
eerste plaats de aanvraag, maar ook een bezwaar- of administratief
beroepschrift, een aanvulling als bedoeld in artikel 4:5, Awb, een
ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, Awb, de zienswijze
en bedenkingen als bedoeld in de artikelen 3:15, 4:7 en 4:8 Awb, maar ook
berichten in het kader van een procedure van een klacht en meldingen die
in het kader van een besluit (moeten) worden gedaan.”

Blz 42 van voornoemde memorie van toelichting:
“Het voorgestelde artikel 2:13 geeft een ieder het recht om «officiële
berichten» elektronisch aan de overheid te zenden. Daartoe dient een
bestuursorgaan voor ieder type bericht de wijze van verzenden vast te
stellen. Dat kan een wijze zijn voor een bepaald type bericht, zoals een
elektronisch aanvraagformulier, of een algemeen kanaal dat voor
meerdere soorten berichten is geschikt. Voor andere berichten dan
«officiële berichten» (artikel 2:14) geldt dat het bestuursorgaan de
elektronische weg kan openstellen, maar daartoe niet verplicht is. Het
artikel is toegelicht in paragraaf 3.3.1 van deze memorie.”

Subsidiair kan je bovendien ook stellen dat, zelfs zonder de Wmebv, onder vaste rechtspraak van de RvS, je ervan mocht uitgaan dat het per e-mail zou worden geaccepteerd omdat je ook (denk ik dan?) per e-mail reeds contact met ze had, zodat je erop kon vertrouwen dat deze weg evenwel openstaat en dat ze, onder diezelfde jurisprudentielijn, direct aan jou moesten vertellen dat het niet per e-mail zou worden geaccepteerd, wat ze denk ik dus niet hebben gedaan omdat ze dit pas nu doen nadat je al in beroep bent gegaan? Zodat je ook in die situatie niets te verwijten valt.

En meer subsidiair is dit gedrag van het bestuursorgaan gewoon excessief formalistisch wat al in strijd is met de rechtsbeginselen van het EHRM.

Hoi, bedankt voor jouw reactie!

Ik heb zelf ook wat meer onderzoek gedaan en ik ben bang dat de Douane toch gelijk heeft en de rechter mijn beroep niet ontvankelijk zal verklaren. In Nederland kennen we een principe van lex specialis, oftewel dat speciale wetgeving voorrang krijgt over algemene wetgeving. Artikel 1.6 lid 1 van de Algemene Douanewet is specifiek na de invoering van Wmebv aangepast en zegt: 1.

“De artikelen 2:13, 2:21, derde lid, 2:22, 2:23 en 2:25 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.”

Wat een onzin dat de Douane vrijgesteld is.

Edit: Maar ik zit nu te denken, die wet regelt voornamelijk taken van de Douane terwijl Woo verzoeken onder de Woo worden ingediend en niet de Douanewet. Ik weet het niet meer… Zal ik voor de zekerheid toch maar een brief met een ingebrekestelling sturen in de hoop dat de rechter het mee zal nemen?

Lijkt me een raar verhaal. Op Woo-verzoek doen bij de Douane (Wet open overheid) | Douane Nederland zie ik dat je een Woo-verzoek naar de douane per email kan versturen. Uit https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@147499/202305819-1-a2/ volgt dan:

In beginsel moet een ingebrekestelling per post worden ingediend. Maar een ingebrekestelling kan ook worden gedaan langs elektronische weg. Zoals bijvoorbeeld per e-mail. Dan moet het bestuursorgaan wel kenbaar hebben gemaakt dat die weg daarvoor is opengesteld. Zie artikel 2:15, eerste lid, van de Awb. Daarbij geldt als uitgangspunt dat als het bestuursorgaan die weg heeft opengesteld voor een aanvraag, deze ook openstaat voor een ingebrekestelling van het niet tijdig beslissen op die aanvraag.

Uit andere jurisprudentie zie ik dat ze bij een ongeldig ontvangen ingebrekestelling ook moeten aangeven dat die niet rechtsgeldig is. Nu dat niet(?) is gebeurd zou ik gewoon volharden in beroep.

Jawel ze hebben het wel benoemd, maar dit was 3 dagen nadat ik mijn beroepschrift al had ingediend bij de rechtbank. Maar ik vind het allemaal erg raar hoe de Douane beroept op uitzondering. Het lijkt dat die uitzondering bestaat maar hoe evenredig is dat? Ik snap de logica niet.

Ik waardeer de jurisprudentie die jij tevens benoemde! De Douane heeft trouwens ook niet voldaan aan art. 2:15 lid 3, namelijk z.s.m. laten weten dat zij mijn IGS niet accepteerden. Mijn IGS lag bijna 1 hele maand bij de Douane en hebben mij pas laten weten dat het niet geaccepteerd werd nadat ik al beroep had ingediend. Hopelijk zal de rechter dit ook begrijpen.

Wat je zegt klopt niet. Het door jou aangehaalde beginsel van lex specialis derogat legi generali is in casu niet van toepassing, omdat het materiële toepassingsbereik van de door jou aangehaalde artikel in de douanewet niet uitstrekt tot onderhavige casus die wordt beheerst door de Wet open overheid.

Artikel 1:1 Adw bakent het toepassingsgebied af tot de uitvoering van het Douanewetboek van de Unie en andere Uniewetgeving, en tot verplichtingen/handhaving die betrekking hebben op douanetoezicht, douanecontrole, goederen en goederenverkeer. De Douane zelf omschrijft de reikwijdte eveneens aan de hand van artikel 1:1 en benadrukt dat de toepasselijkheid wordt begrensd door die bepaling en de bijlage.

De Wet open overheid staat ook niet eens in de bijlage.

En dat blijkt ook uit de memorie van toelichting m.b.t artikel 1:6 Adw. Zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 813, nr. 3, blz. 14, 30

“De voorgestelde uitzondering op de Wet modernisering elektronisch
bestuurlijk verkeer (Wmebv) heeft als doel te voorkomen dat de Belasting-
dienst en de Douane (tijdelijk) in strijd met de gemoderniseerde afdeling
2.3 Algemene wet bestuursrecht (Awb) handelen. [..]. Die moderni-
sering regelt dat een bestuursorgaan wat officiële berichten betreft de
elektronische weg niet kan verplichten en burger en bedrijf het recht
krijgen om elektronisch berichten aan het bestuursorgaan te sturen.
Daarmee blijft de hoofdregel van nevenschikking van de papieren en de
elektronische weg gehandhaafd, zij het dat deze wordt aangepast aan de
eisen van de moderne tijd. Met «officiële berichten» doelt de Wmebv op
berichten in het kader van ambtshalve of op aanvraag te nemen besluiten,
zoals aanvragen en bezwaar- en beroepschriften, en andere krachtens
wettelijk voorschrift voorgeschreven berichten. Vertaald naar het fiscale
domein gaat het dan om formeel berichtenverkeer in de zin van de Wet
elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst (Wet EBB)
. Daarbij kan
worden gedacht aan een aangifte of een aanslag, of een verzoek om
informatie van de inspecteur in de zin van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen (AWR) en een voorschot in de zin van de Algemene wet
inkomensafhankelijke regelingen (Awir).”

“Een aantal van de wijzigingen van de Awb in verband met de Wmebv zijn in
strijd met het direct werkende EU-recht of ander internationaal recht. In
lijn met geldend beleid26 worden deze bepalingen dan niet van toepassing
verklaard. Dit wordt geregeld door wijzigingen van de Algemene
douanewet (Adw) en wordt in de artikelsgewijze toelichting nader
toegelicht.”

“In het eerste lid van het voorgestelde artikel 1:6 Adw worden de
artikelen 2:13, 2:21, derde lid, 2:22 en 2:23 Awb niet van toepassing
verklaard. Artikel 2:13 Awb is in strijd met artikel 9 DWU en artikelen 5 en
6 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie
van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het
Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal
bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2015, L 343).
Bovendien regelt artikel 2:13 Awb dat een ieder een bericht of een klacht
elektronisch aan een bestuursorgaan kan zenden. Bij bijvoorbeeld een
CPD-carnet, ATA-carnet, TIR-carnet, bewijzen van oorsprong en leveran-
ciersverklaringen is het op basis van EU- recht of ander direct werkend
internationaal recht niet mogelijk om deze elektronisch aan de inspecteur
toe te zenden.”

Ter info, voornoemde Unierechtelijke wetgeving etc bepaalt daarbij evenmin dat niet elektronisch mag worden gecommuniceerd, maar dat er een bepaalde systeem en wijze voor is, zodat dit hoe dan ook al binnen alle lidstaten uitputtend is geregeld en iedere nadere nationale bepaling die daar op enige vorm of wijze contradictionair aan is, omdat het bijvoorbeeld net iets anders is geregeld, aldus “in strijd” is met dat recht.

Kortom, de Wet open overheid en alle berichten daaromtrent, inclusief ingebrekestellingen, vallen niet onder de “officiële berichten” die volgens de wetgever uitgezonderd moesten worden ex artikel 1:6 Adw, omdat de Woo in beginsel ook helemaal geen tenuitvoerlegging is van Unierecht of ander hoger recht met betrekking tot de douane. De Woo is namelijk een op zichzelf staande nationale bepaling.

En ja, de DWU, oftewel de Douanewetboek van de Unie kent eveneens bepaalde verplichtingen en rechten toe met betrekking tot het recht op informatie omtrent de douane (artikel 12, en 14 DWU, maar deze, naast het feit dat ze een geheel andere reikwijdte kennen, doen niets af aan de Wet open overheid, zoals letterlijk woord voor woord staat in overweging 58 van voornoemde Verordening: “Deze verordening mag geen afbreuk doen aan bestaande en toekomstige voorschriften van de Unie inzake toegang tot documenten, die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 15, lid 3, VWEU. Zij mag evenmin afbreuk doen aan het nationaal recht inzake toegang tot documenten.”

Het feit dat het Woo-verzoek zelf reeds per e-mail kon worden verstuurd getuigt er op zichzelf al van dat de hele teleologie van de wetgever m.b.t. artikel 1:6 Adw niet van toepassing is op die Woo en dus ook niet op alles wat daarmee betrekking heeft.

Alsjeblieft. Graag gedaan :wink:

Heel erg bedankt! Ik zal dat meenemen bij de reactie richting de rechtbank:)