Mijns inziens is het toch duidelijk dat er een besluit moet komen van deze bezwaarschriftencommissie en niet van het college?
Geachte commissie, geachte voorzitter,
Op grond van de Wet open overheid (Woo) verzoek ik u, onder verwijzing naar ondermeer de uitspraak van de RvS d.d. 19 maart 2003 (ECLI:NL:RVS:2003:AF6023), om openbaarmaking van alle documenten die door of namens het bestuursorgaan zijnde het college van burgemeester en wethouders en/of/danwel het bestuursorgaan zijnde de burgemeester zijn verstrekt aan uw bezwarencommissie dan wel de voorzitter van uw commissie naar aanleiding van mijn bezwaarschrift d.d. 22 augustus 2025 tegen het besluit d.d. 12 augustus 2025 van de burgemeester van Gennep tot (het niet volledig openbaar maken) van mijn Woo-verzoek tot openbaarmaking van alle documenten, mails, appberichten, gespreksverslagen enz. inzake de vergunning(aanvraag) voor de braderie op 31-8-2025. Alsmede tegen de hierop betrekking hebbende ingebrekestelling.
Het college heeft de ingebrekestelling afgewezen. Men zou wettelijk bevoegd zijn om op het aan deze bezwarencommissie gerichte Woo-verzoek te beslissen. En men had tevoren overleg gehad met de commissie.
Dan resteert dus nu nog een bezwaarschrift tegen de (fictieve) weigering van de bezwarencommissie om een Woo-beslissing te nemen?!
De Wet open overheid kent de mogelijkheid dat een Woo-verzoek wordt afgehandeld door een ander bestuursorgaan dan de organisatie waar het wordt ingediend. Zie artikel 4.1 Woo:
Artikel 4.1 Woo:
Eenieder kan een verzoek om publieke informatie richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf. In het laatste geval beslist het verantwoordelijke bestuursorgaan op het verzoek.
Of dit ook het geval is wanneer de organisatie waar het verzoek is ingediend zelf ook een bestuursorgaan is volgt niet uit de Woo maar uit de Awb. Datzelfde geldt voor de vraag of de bezwaarcommissie gezegd kan worden onder de verantwoordelijkheid van het college te vallen. Daar hebben wij niet direct een antwoord op.
Daarnaast is er de mogelijkheid dat dezelfde documenten zich zowel bij de bezwaarcommissie als het college zouden bevinden. Maar er is in dat geval geen reden het verzoek ‘door te zenden’ (artikel 4.2, eerste lid van de Woo) naar het college.
Voldoende legitieme vragen dus, om in ieder geval van het college te mogen verwachten dat het nader toelicht waarom zij het bevoegde orgaan is en niet de bezwaarcommissie.