Vraag voor een leuk gedachtenexperiment.
Casus
Gedurende de periode tot zitting in beroep van een omgevingsvergunning rijzen er vraagtekens over verschillen tussen de belanghebbenden tijdens aanvraag, vergunning, bezwaar en beroep: zijn de partijen die zich melden voor beroep wel de aanvrager(s) en/of vergunninghouder(s)?
Daarom vraagt de partij die beroep aantekent bij het bestuursorgaan op wie de aanvrager(s) en vergunninghouder(s) zijn van de omgevingsvergunning. Het bestuursorgaan is van mening dat op basis van de AVG deze informatie niet medegedeeld kan worden binnen de context van het beroep.
Op basis van Awb 8:42:
Binnen vier weken na de dag van verzending van de gronden van het beroepschrift aan het bestuursorgaan zendt dit de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de bestuursrechter en kan het een verweerschrift indienen. Indien de bestuursrechter om een verweerschrift heeft verzocht, dient het bestuursorgaan binnen vier weken een verweerschrift in.
EVRM (fair trial) en andere Awb-artikelen ben ik van mening dat procespartijen moeten kunnen controleren wie precies de procespartijen zijn en of de overeenstemmen met het aangevraagde en vergunde.
Verwarring over belanghebbendheid kan ook bij een beroepszaak er toe leiden dat niet-belanghebbenden invloed uitoefenen op de uitspraak en dat is slecht voor de procesorde.
Als startpunt nemen we dat het bestuursorgaan op herhaald en onderbouwd verzoek vasthoudt aan het weigeren van de namen van de aanvrager(s) en vergunninghouder(s). En dat we niet langs de as van de rechtbank een oplossing zoeken.
Woo-oplossingsrichting
Er zijn verschillende oplossingsrichtingen denkbaar in de tijd, maar stel we weten dat:
- Aanpak moet via de Woo.
- Het gaat om een specifiek document met kenmerk A (laten we zeggen de vergunningaanvraag).
- Het is aan te nemen dat er hetzij 1, hetzij 2 momenteel bekende personen zijn die de aanvraag gedaan hebben. Laten we ze P1 en P2 noemen.
- Namen worden altijd weggelakt zonder herleidbaar kenmerken zoals (1) en (2), ook al volgt dat uit de reikwijdte dat ze moeten blijven staan.
- Verzoeken om documenten volgens telkens verschillende reikwijdtes in 1 Woo-verzoek worden niet gehonoreerd: je krijgt gewoon alle documenten zonder verwijzing waarom ze bij het besluit toegevoegd zijn.
- Je wilt zo snel mogelijk tot resultaat komen, zonder bezwaarschriften (6 weken + 12 + 6 + 2 + wachttijd rechtbank IGS + 2) en zonder beroep.
- Men beslist wel tijdig of er documenten onder de reikwijdte vallen (hetzij 1 hetzij 0).
Stel ik probeer indirect bjvoorbeeld de aanvrager(s) te achterhalen door de mogelijke opties af te tellen via separate Woo-verzoeken als volgt:
- Een Woo-verzoek in op het kenmerk met aanvullende eis voor reikwijdte: als de aanvrager exact P1 is.
- Een Woo-verzoek in op het kenmerk met aanvullende eis voor reikwijdte: als de aanvrager exact P2 is.
- Een Woo-verzoek in op het kenmerk met aanvullende eis voor reikwijdte: als de aanvragers exact P1 en P2 zijn.
Meer varianten zijn denkbaar, bijvoorbeeld een verdubbeling van drie naar zes opties door toe te voegen: “en er bovendien een andere partij aanvrager is”.
In elk Woo-verzoek staat bovendien in het kader van toelichting voor proportionaliteit:
Dit Woo-verzoek is bedoeld ter versterking van de procespositie inzake een beroep tegen een besluit op bezwaar op vergunning. Omdat het college eerder geen duidelijkheid heeft willen geven over de aanvrager(s), merk ik op dat op basis van het dossier meerdere juridische varianten denkbaar zijn. Dit verzoek strekt ertoe vast te stellen welke variant feitelijk van toepassing is.
Welke problemen zijn te verwachten bij deze aanpak?