Dit is precies een vraag waar ik me heel erg mee uitken. Immers, ik heb hier momenteel zaken over lopen bij de rechtbank en uitspraken hierover zullen binnenkort komen (over een paar weken, zittingen zijn een maand geleden ofzo geweest).
Mijn rechtszaken gingen om de vraag of het opvragen van analoge adresgegevens door het bestuursorgaan is toegestaan (zaken bij rechtbank Amsterdam)
Voorts heb ik een zaak waarin analoge adresgegevens waren verstrekt, maar een verzoek om wissing van die gegevens is gedaan, het bestuursorgaan dit echter weigert door te verwijzen naar de archiefwet (Rechtbank SGR).
Om je vraag te beantwoorden @SPOON :
Men moet kijken of het opvragen van de gegevens te rijmen valt de AVG; oftewel de Algemene verordening gegevensbescherming. EU-Wetgeving speelt dus een grote rol.
Daarvoor is relevant of de verwerking voldoet aan de rechtvaardigingsgronden als bedoeld in artikel 6 lid 1 AVG. Buiten toestemming om vereist iedere daarin opgesomde rechtvaardigingsgrond ten minste dat die verwerkingsgrond “Noodzakelijk” moet zijn. Over dat begrip zijn hele arresten van het hof, om het kort te houden: noodzakelijk betekent hier “objectief onontbeerlijk”.
Zo oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat een aanhef, oftewel “de heer” “mevrouw” etc. niet noodzakelijk was voor het gebruik van ticket voor het openbaar vervoer en de verwerking en dus in feite enkel vrijwillig met toestemming kan worden verwerkt:
Overweging van EhvJ:
”Bovendien blijkt uit de rechtspraak van het Hof dat wanneer kan worden vastgesteld dat een verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is in het licht van een van de rechtvaardigingsgronden van artikel 6, lid 1, eerste alinea, onder b) tot en met f), AVG, niet hoeft te worden nagegaan of die verwerking ook onder een andere van die rechtvaardigingsgronden valt. In dat verband dient te worden verduidelijkt dat niet aan het noodzakelijkheidsvereiste met betrekking tot de aangenomen rechtvaardiging is voldaan wanneer de door deze gegevensverwerking beoogde doelstelling redelijkerwijs op een even doeltreffende wijze zou kunnen worden bereikt met andere middelen, die minder inbreuk maken op de grondrechten van de betrokken personen – met name op het recht op eerbiediging van het privéleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens, die respectievelijk worden gewaarborgd door de artikelen 7 en 8 van het Handvest – en moeten afwijkingen en beperkingen van het beginsel van bescherming van persoonsgegevens binnen de grenzen van het strikt noodzakelijke blijven [zie in die zin arresten van 22 juni 2021, Latvijas Republikas Saeima (Strafpunten), C‑439/19, EU:C:2021:504, punt 110 en aldaar aangehaalde rechtspraak, en 4 juli 2023, Meta Platforms e.a. (Algemene gebruiksvoorwaarden van een online sociaal netwerk), C‑252/21, EU:C:2023:537, punt 94].”
Mijn standpunten in mijn zaken gingen in feite als volgt:
Woo-verzoek wordt digitaal behandeld
Woo besluit en correspondentie verloopt ook elektronisch
Daarvoor wordt een elektronisch mailadres gebruikt.
Adres dient het doel correspondentie te bevorderen
Analoog adres draagt hier de facto niet aan bij
Analoog adres opvragen / verzoek buiten behandeling stellen wegens niet aanleveren analoog adres is in strijd met de AVG.
By the way; ik heb dit vraagstuk al eens in 2024 behandeld, maar dan i.h.k. van een bezwaarprocedure, tegen het CvB van de Erasmus Universiteit Rotterdam. De onafhankelijk adviescommissie, bestaande uit de voormalige voorzitter van de RvdR, de voormalige deken van de Nederlandse Orde van advocaten en een bestuursrechter, gaven mij gelijk en schreven het volgende:
“Nu de adresgegevens geen praktisch doel voor de afhandeling van de aanvraag dienen en de gestelde eisen niet direct uit de Woo voortvloeien, is de AKB van oordeel dat het feit dat Bezwaarmaker Verweerder geen adresgegevens heeft verstrekt, in zijn initiële verzoek of daarna, niet in de weg kan staan aan een inhoudelijke behandeling van de aanvraag in het kader van de Woo. Afsluitend merkt de AKB op dat in het licht van de aankomende herziening van de Awb, waarbij aansluiting wordt gezocht met de veranderende realiteit op het gebied van digitalisering, de door Verweerder gevraagde gegevens onnodig formalistisch overkomen.”
Voor wat het verwerken van namen betreft, zo valt dit net als het aangeven van een adres in artikel 4:2 Awb. Artikel 4:2 awb is een kan bepaling dus ook hier moet je zelf de vraag stellen; is het aanleveren van een naam noodzakelijk voor de doeleinden die met dat wetsartikel wordt beoogd.
Het moet dan wel “objectief onontbeerlijk” zijn om dat doel te behalen.
Dat doel moet daarbij reeds vooraf aan de verwerking hebben vastgestaan.
Gezien een Woo-verzoek wordt behandeld met inachtneming van de algemeenheid, kun je een hele goede case maken voor het anoniem mogen versturen van een dergelijk verzoek.
Dat een naam niet objectief onontbeerlijk is, zou men in feite tevens kunnen “bewijzen” door een random naam/alias / pseudoniem te gebruiken en aan te tonen dat het verzoek in behandeling kon worden genomen.
In dat verband merk ik tevens op dat er een mogelijkheid bestaat tot anoniem procederen (art 8:29 Awb).
Gezien art 4:2 awb een kan-bepaling is, zie ik dit bovendien niet als wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 6, lid 1 onder c AVG, waardoor het verwerken van zo een naam, of in het geval van mijn rechtszaken de analoge adresgegevens, niet onder die rechtvaardigingsgrond kan vallen maar dus enkel onder artikel 6, lid 1 onder e AVG; namelijk voor het vervullen van een taak van algemeen belang.
En tegen verwerkingen die onder e) vallen kun je je overeenkomstig artikel 21 AVG zelfs tegen verzetten wegens met jouw specifieke omstandigheden: !!Zelfs al is die verwerking dus rechtmatig - oftewel objectief onontbeerlijk - voor het vervullen van die taak van algemeen belang.
Met andere woorden: Naar mijn mening bestaat met inachtneming van de verordening welzeker de mogelijkheid om anoniem een Woo-verzoek te doen.
Anders is dit als het gaat om een verzoek als bedoeld in artikel 5.5 Woo; immers, daar moet geidentificeerd worden of jij ook echt degene bent op wie die persoonsgegevens betrekking hebben, zodat die gegevens niet gelekt worden.
PS: Ik heb momenteel heel wat interessante zaken lopen; Over paar weken komt dit vraagstuk ook weer aan bod (tegen de minister van AZ) in rechtbank Den Haag. De minister heeft toen een Woo-verzoek inhoudelijk behandeld die ik elektronisch had verstuurd - stelde daarbij echter dat ik misbruik zou hebben begaan en gaf geen documenten vrij. Daar had ik bezwaar tegen ingesteld. Vervolgens vroeg de minister pas in bezwaar random om mijn analoge adresgegevens en die weigerde ik te verstrekken nu alles elektronisch geschiedde. Ze stelden vervolgens mijn bezwaar niet-ontvankelijk. Dus nu zal de rechter in beroep ook hier oordelen of dat mocht: Zie artikel Minister belemmert onderzoek naar AVG schendingen bij overmakingen - ACCESS ASSOCIATIE
Verder gaan mijn andere zaken - bijvoorbeeld tegen BZ en Defensie - over echt heel wat weigeringsgronden: Zoals het weigeren van concepten, stukken m.b.t. de ministerraad, namen van hoogwaardigheidsbekleders die niet werden geopenbaard omdat “zij niet zelf met die informatie naar buiten zijn getreden” etc etc.
Heb ook rond 2 weken geleden in een van die inhoudelijke zaken een tussenuitspraak ontvangen. Daar is bijvoorbeeld ook geoordeeld dat ik gelijk had dat stukken van de ministerraad niet mogen worden geweigerd enkel omdat het de ministerraad betreft.
Of een ander voorbeeld in een andere zaak die ook loopt: Ik had het welbekende gelekte diplomatieke memo van de ambassade in tel aviv opgevraagd. Ook hier zal artikel 10 EVRM een grote rol spelen in de uitspraak
.
De AVG en wetgeving m.b.t. recht op informatie zijn mijn “specialiteiten”. Daarbij doe ik dit ook maar vrijwillig en dien ik vooral verzoeken in voor bepaalde onderzoekjes en als sommigen bepaalde informatie zouden willen vernemen en waarde aan mijn hulp hechten.