Ik heb kopieën van twee Woo-brieven (één beslissingsbrief met een inventaris van de verstrekte stukken, één van de bevestiging van de verstrekte stukken na zienszwijze) doorgestuurd naar de gemeente met het verzoek aan de gemeente dezelfde genoemde documenten ook aan mij te verstrekken. De brieven zijn gerelateerd aan twee verschillende Woo-verzoeken die niet ik, maar een andere persoon indiende.
Ik heb mijn verzoek niet als een Woo-verzoek geformuleerd, omdat (zo is mijn redenatie) de documenten immers via de Woo-besluiten al openbaar geworden zijn (‘erga omnes’).
Ik heb de gemeente een ‘redelijke termijn’ van maximaal twee weken gegeven om de documenten te verstrekken.
Ik kreeg meteen een vraag terug van de behandelend ambtenaar (juridische afdeling). Hij wilde weten hoe ik aan de twee brieven kwam, omdat daarin het adres stond van de Woo-indiener. Zijn reden: Hij wil nagaan of er sprake is geweest van een datalek. Dit is niet het geval: Ik heb deze brieven legitiem in handen gekregen.
De gemeente hanteert geen Woo-register en is in het algemeen zeer wars van transparantie. De besluiten als ook de onderliggende documenten staan dus niet al ‘ergens’ vindbaar opgeslagen.
Mijn vraag is:
Moet ik antwoord geven op de vraag van de ambtenaar? Ik ben geneigd om te zeggen dat het niet aan mij is aan te tonen dat er geen sprake is van een datalek, en dat de behandelend ambtenaar niet hoeft na te gaan waar de informatie voor een verzoek vandaan komt en of het wel ‘legitiem’ in bezit is gekomen en tenslotte dat mijn verzoek niet geweigerd mag worden.
Hartelijk dank!