Kan je een verzoek tot het voegen van twee beroepszaken in het geval van zeer vergelijkbare Woo-verzoeken in het tweede beroepschrift zelf doen, of moet het separaat? En is het dan nog steeds noodzakelijk om het tweede beroep te onderbouwen, ook als de argumenten dezelfde zijn als in het eerste beroep?
Ik heb toevallig vorige week nog een zitting gehad in een gevoegde zaak tegen de UvA.
Het maakt niet echt veel uit wanneer je dat verzoek doet, zolang het redelijk is. Als je wilt kun je het direct in je beroepschrift aangeven, of eventueel later. Heb het allebei bij verschillende casussen een keer zo gedaan.
Formeel gezien blijven het nog altijd 2 zaken. Met andere woorden, je dient nog steeds je nieuwe ingediende zaak van gronden etc. te voorzien. Echter, ook hier geldt dat je, als je dat wil, gewoon een kopie kan voorleggen van de reeds door jou in de andere zaak aangevoerde gronden etc., waarbij je ook hier aangeeft dat dat stuk of die stukken ook voor die nieuwe zaak als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd.
Kortom:
- je hebt 2 zaaknummers;
- je zult voor die 2 zaken maar 1 zitting hebben;
- je betaalt 2x het griffierecht (behalve als er sprake is van samenhangende besluiten maar dat is weer iets anders; dan moeten die besluiten qua tijdstip van bekendmaking en inhoud in feite hetzelfde zijn);
- het verzoek kun je tijdens indiening of erna doen maar wees natuurlijk redelijk, dus niet een paar dagen voor een reeds geplande zitting,
- je kan, als je wil, verwijzen naar de reeds voorgelegde gronden in je andere zaak en aangeven dat die als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd (het beste ook die stukken gewoon opnieuw sturen i.h.k. van de nieuwe zaak zodat die ook in het dossier van de nieuwe zaak zitten), waarbij het je vrijstaat om natuurlijk nog aanvullende gronden aan te voeren.
1 like