Ik heb 13 januari via de rechtbank Rotterdam het verweerschrift van het Openbaar Ministerie (OM) ontvangen. Ik ben het niet eens met het verweer (druk, veel aanvragen, ICT storing), kan ik bij de rechtbank bezwaar aanteken tegen het verweer en de rechtbank vragen het verweer niet ontvankelijk te verklaren?
Dat je het niet eens bent met het verweerschrift is logisch. Immers is het verweerschrift per definitie het stuk waarbij de tegenpartij zijn standpunten tegen jouw beroepschrift verdedigt; standpunten die dus contrair staan aan die van jou.
âBezwaarâ is de verkeerde term. Dat kun je alleen aantekenen tegen een beslissing in primo, oftewel het eerste besluit dat een bestuursorgaan neemt.
Een verweerschrift is geen besluit, reeds daarom staat er daar geen bezwaar als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht tegen open.
Een verweerschrift kun je niet niet-ontvankelijk laten verklaren.
Een verweerschrift is enkel een processtuk, niet meer en niet minder. Het enige waar dat stuk voor dient is de standpunten van verweerder aan de rechtbank kenbaar maken zodat de rechtbank ook die standpunten meeweegt in zijn uitspraak.
Processtukken kun je indienen, normaliter tot 10 dagen voor de zitting. En als je denkt dat er geen zitting komt, wat vaak het geval is bij beroepen niet tijdig beslissen, stuur ze dan gewoon zo snel mogelijk voordat de uitspraak wordt gedaan.
De enige âjuridische gevolgenâ die zoân stuk heeft is dat de rechter die de zaak beoordeelt nu dus bij zijn oordeel ook de informatie uit dat verweerschrift zal betrekken.
âDruk, veel aanvragen en ICT storingâ zijn zwakke argumenten.
Ik zou het volgende daarop antwoorden: De wetgever heeft reeds in de wet bepaald wanneer termijnen kunnen worden opgeschort (artikel 4:15 Awb). Dit is bijvoorbeeld het geval als er sprake is van overmacht (c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven.)
Dat het druk is, of dat er een ICT storing is valt daar niet onder: Het gaat om de onmogelijkheid van een bestuursorgaan een besluit te nemen door abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten zijn toedoen en risicosfeer. Ik ga ervan uit dat het OM zelf zijn ICT beheert of laat beheren.
Bovendien, als ik dit zo lees heeft het OM zich niet eens op artikel 4:15 Awb beroepen: Het bestuursorgaan moet van de opschorting wegens overmacht mededeling hebben gedaan aan de aanvrager. Doet het bestuursorgaan dat niet, dan verstrijkt de termijn gewoon. En is het bestuursorgaan dan te laat dan kan gewoon beroep tegen niet tijdig beslissen worden ingesteld.
Dank voor je uitgebreide antwoord. Ik lees alleen in het verweer niets over art. 4:15 Awb. Moet ik hier iets mee doen?
Ter info: in het verweer geeft het OM aan dat het verwacht binnen 4 weken een besluit te kunnen nemen. Het OM verzoekt de rechtbank daarom om de dwangsom niet eerder dan 4 februari in te laten gaan.
Artikel 4:15 Awb is hier niet relevant. Het gaat namelijk niet om de vraag of de termijn mocht worden opgeschort maar om de vraag welke nieuwe termijn de rechtbank dient op te leggen aan het bestuursorgaan om alsnog een besluit te nemen.
Daarbij komt het er in de kern op neer dat de rechtbank een termijn oplegt die alles in ogenschouw nemend redelijk en haalbaar lijkt.
Daarbij geldt dat de rechter hierbij nog meer vrijheid heeft als artikel 8.4 Woo van toepassing is. Dat is het geval âwanneer de omvang van het verzoek hiertoe aanleiding geeftâ, zelfs als het bestuursorgaan geen âbijzondere omstandighedenâ naar voren heeft kunnen brengen.
Als gevolg hiervan kun je als verzoeker eigenlijk maar twee dingen doen:
- gemotiveerd betwisten dat er een verband is tussen de omvang van het verzoek en het niet halen van de wettelijke termijn (want dan is artikel 8.4 Woo niet van toepassing)
- gemotiveerd betwisten dat de periode die het bestuursorgaan zegt nog nodig te hebben om tot een besluit te komen werkelijk nodig is
Overigens maakt het in dit geval allemaal weinig uit. 4 februari is namelijk al over enkele weken.
Artikel 4:15 Awb zou relevant kunnen zijn voor het geval dat het bestuursorgaan stelt dat de termijn om te beginnen niet was verstreken wegens bijvoorbeeld een ICT storing en er dus sprake is van een prematuur beroep.
In bijvoorbeeld mijn zaak tegen het College van Bestuur van de Universiteit Utrecht heeft het bestuursorgaan onder soortgelijke bewoordingen dat standpunt ingenomen.
De rechtbank oordeelde toen ook âdat het de verantwoordelijkheid is van het bestuursorgaan om procedurele duidelijkheid te scheppen over de termijn waarbinnen op een dergelijk verzoek zal worden beslistâ (ECLI:NL:RBMNE:2024:4810).
Als het bestuursorgaan dat standpunt niet inneemt, zoals je in dit geval ook aangeeft, hoef je om te beginnen niets hierover aan te voeren.
Gezien je aangeeft dat het bestuursorgaan zelf al zegt binnen 4 weken een besluit te kunnen nemen, kent het hele verweer en de reactie daarop allemaal om te beginnen weinig meerwaarde nu. Ervan uitgaande dat de rechtbank volgende week uitspraak doet, dan is 4 februari na 2 weken al verstreken.