Moet je altijd de 'bestuurlijke aangelegenheid' noemen in je verzoek of als de overheid daar om vraagt?

Het is nog regelmatig een punt van discussie tussen bestuursorganen en Woo-verzoekers: is de verzoeker verplicht om de ‘bestuurlijke aangelegenheid’ van het Woo-verzoek te omschrijven?

Wat is ‘bestuurlijke aangelegenheid’ en waarom bestaat het?

Bestuurlijke aangelegenheid is feitelijk niet meer dan een duur woord voor ‘onderwerp’. Praktisch belang van het omschrijven van het onderwerp van je verzoek, is:

  1. dat het anders voor de overheid niet duidelijk is welke documenten ze moeten verzamelen.
  2. welke delen van documenten je wilt hebben, als het in die documenten over meerdere onderwerpen gaat (scheelt werk bij het lakken, want die overige delen zijn dan ‘buiten reikwijdte’ en kunnen om die reden geheel gelakt worden)

Principielere reden is het voorkomen van misbruik: zo oordeelde de rechtbank Utrecht dat een verzoeker die simpelweg alle correspondentie van twee met name genoemde ambtenaren wilde geen bestuurlijke aangelegenheid had genoemd. Dan gaat het niet meer om bepaald beleid maar om het pootje lichten van deze ambtenaren, en dat is misbruik.

Dan is er nog de wat minder fraaie reden dat sommige overheden het argument ‘bestuurlijke aangelegenheid’ bewust proberen in te zetten om jou als verzoeker te dwingen je in de kaarten te laten kijken of je verzoek te laten inperken.

Moet ik het onderwerp altijd vermelden?

Volgens de letterlijke tekst van de Woo lijkt het niet in alle gevallen nodig om de ‘bestuurlijke aangelegenheid’ te benoemen. Daar staat namelijk, in artikel 4.1, vierde lid: ‘De verzoeker vermeldt bij zijn verzoek de aangelegenheid of het daarop betrekking hebbende document, waarover hij informatie wenst te ontvangen.’

Kortom, je kunt ook simpelweg om een specifiek document vragen en dat is dan genoeg toch? Als je niet nader genoemde stukken over een bepaald onderwerp wilt ontvangen, dan moet je dat onderwerp natuurlijk wél omschrijven.

Maar de hoogste rechters bij de Afdeling bestuursrechtspraak hebben toch nog een manier gevonden om ons te verplichten om zelfs als we om een beperkt aantal specifieke documenten vragen te vermelden wat het onderwerp van ons verzoek is. In deze uitspraak stellen de rechters dat bij een document dat betrekking heeft op meerdere onderwerpen, je duidelijk moet maken om welke van die onderwerpen het je te doen is. Dit geldt bijvoorbeeld over een verslag van een vergadering waarbij meerdere onderwerpen op de agenda stonden.

Zelfs al had de verzoeker in die zaak tien documenten specifiek genoemd, negen van die tien hoefde de overheid niet in behandeling te nemen, omdat ze over meerdere onderwerpen gingen.

Een uitermate problematische uitspraak. Wie in algemene zin wil weten wat het hoogste overlegorgaan binnen een overheidsinstantie zoal bespreekt, moet precies weten wat er op de agenda stond om dat stuk in zijn geheel te pakken te kunnen krijgen. Het is verstoppertje spelen op hoog niveau.

Ja, voor de zekerheid wel
Maar voorlopig hebben het ermee te doen en is het dus verstandig om, zelfs als je om een beperkt aantal specifieke documenten vraagt (of zelfs 1), toch het onderwerp te beschrijven.

Onze tip: hou het in deze gevallen breed, zodat alle documenten die je specifiek opvraagt er volledig binnengevallen. Anders krijg je straks toch weer dat delen van die documenten als ‘buiten reikwijdte’ worden beoordeeld.

1 Like

Ik heb hier een zaak over lopen bij rechtbank SGR tegen het College van Bestuur van de Universiteit Leiden. De zitting moet nog worden gepland.

In die zaak gaat het over het opvragen van whatsappchatgroepen waarin de bestuursvoorzitters zitten in het kader van hun functie.

Het CvB stelde dat er geen sprake was van een aangelegenheid.

De onafhankelijke bezwaaradviescommissie gaf mij echter gelijk en stelde dat niet valt in te zien waarom het opvragen van whatsappgesprekken waarin de bestuursvoorzitter in het kader van zijn functie ageert niet zouden kunnen worden opgevragd:

”Bezwaarmaker kan zich niet met dit besluit verenigen. Hij stelt zich op het
standpunt dat het voldoende duidelijk is over welke aangelegenheid hij informatie
verzoekt, en dat verweerder onvoldoende behulpzaam is geweest bij het
preciseren van het verzoek.
Verweerder brengt daartegen in dat het verzoek onvoldoende precies
geformuleerd is omdat uit het gepreciseerde verzoek niet blijkt over welk concreet
onderwerp of welke bestuurlijke aangelegenheid bezwaarmaker informatie wil
ontvangen. Het verzoek moet volgens verweerder betrekking hebben op een
specifiek onderwerp. Dat geldt ook voor de inventarislijst van de namen van de
Whatsappgroepen. Daarom kan er volgens verweerder niet gericht naar
informatie worden gezocht.
De Commissie is van oordeel dat niet valt in te zien waarom de
WhatsApp-groepen die zijn gemaakt in het kader van UNL en waarvan de leden
van het College van Bestuur uit hoofde van hun functie deel uitmaken, geen
bestuurlijke aangelegenheid zouden kunnen vormen. Verweerder heeft dit
standpunt ter zitting niet nader gemotiveerd. Bovendien is de wijze waarop
verweerder WhatsApp in het algemeen en in het kader van de UNL hanteert,
zeker anno 2025 een concreet onderwerp waarover men om informatie kan
verzoeken.
Zelfs als zou worden aangenomen dat WhatsAppgroepen die in het kader van
UNL zijn gemaakt en waarvan de leden van het College van Bestuur uit hoofde
van hun functie deel uitmaken, niet alleen daarom als een bestuurlijke
aangelegenheid zouden worden beschouwd, had verweerder naar het oordeel van
de Commissie behulpzamer moeten zijn. Verweerder had in dat geval hulp

moeten bieden door verzoeker een overzicht te verschaffen van alle WhatsApp-
groepen die in het kader van de UNL zijn gemaakt en waarvan de leden van het

College van Bestuur uit hoofde van hun functie lid zijn. Dit overzicht moet dan de
naam van de WhatsApp-groep vermelden en wie er naast de leden van het
College van Bestuur lid van zijn.”

Er was laatste maanden heel veel gerommel en verontwaardiging omtrent de universiteiten in Nederland die kennelijk Whatsapp zaten te gebruiken voor van alles.

Een dergelijk Woo-verzoek is dan ook de enige manier om in te zien waarvoor whatsapp is toegepast. Zeggen dat men als verzoeker dan ook specifiek de deelonderwerpen moet benoemen die worden besproken in die whatsappgroepen kan dan ook niet gevergd worden en is geheel onredelijk, temeer het Woo-verzoek juist het doel dient deze deelonderwerpen kenbaar te maken. Het “onderwerp” als het ware is dan ook het gebruik van whatsapp door het bestuur.

Bovendien is daarbij zelfs door mij een heel concreet document, zijnde whatsappgroepchat, opgevraagd die mij n.a.v een ander woo-verzoek bekend was. Ook daar weigerden ze deze te openbaren onder het mom van “er is geen onderwerp genoemd”. Indien een heel concreet document reeds is aangewezen, kan mijn inziens niet eens verlangd worden dat ook nog wordt gespecificeerd, nu de Woo een hybride stelsel is tussen documenten en informatiestelsel waarbij het benoemen van een aangelegenheid volgens de wetsgeschiedenis juist het doel diende om de woo te vergemakkelijken ten opzichte van het enkel benoemen van een document, omdat men vaak niet eens weet welke documenten onder een bestuursorgaan berusten. En ik zie hier bovendien ook een schending in van artikel 10 EVRM m.b.t. excessief formalisme.

En ja, de zaak ligt dus nu bij de rechtbank omdat het bestuursorgaan het advies van de onafhankelijke adviescommissie weigert op te volgen.

Dank voor het delen, heel interessant. We kunnen jouw redenering en die van de bezwaarcommissie goed volgen. Tegelijkertijd moeten we serieus nemen als de Afdeling bestuursrechtspraak met een richtinggevende uitspraak komt die het riskant maakt om geen onderwerp te geven, hoe onjuist ook. We hebben een verantwoordelijkheid naar Woo-verzoekers om hen daarop te wijzen.

Neemt niet weg dat we het toejuichen dat je dit opnieuw in rechte probeert aan te vechten, in ieder geval waar het om een beperkt aantal concrete documenten gaat. Dat ligt misschien anders als je zou vragen om ‘alle whatsappberichten van alle leden van het College van Bestuur’, is dan nog sprake van ‘specifieke documenten’?