Niet alle stukken overleggen aan de rechtbank

Ik heb op dit moment een Woo zaak lopen bij de rechtbank.

Het bestuursorgaan heeft in eerste instantie niet alle stukken beoordeeld maar een steekproef uitgevoerd. In bezwaar achtte de bezwarencommissie dat redelijk.

Het behoeft denk ik weinig uitleg dat ik me in een dergelijke werkwijze niet kan vinden (en het strookt ook niet met vaste rechtspraak over beoordeling per document).

Nu, circa 2 maanden voor de zitting blijkt dat het bestuursorgaan vanwege het grote aantal documenten ook slechts een selectie (vertrouwelijk) aan de rechtbank heeft overlegd…

Wat kan ik hier nu aan doen? Ik wil voorkomen dat deze hele ronde van beroep (inclusief 2 jaar wachttijd) waardeloos wordt omdat een beoordeling door de rechtbank niet mogelijk is. Het is ook niet in lijn met de Awb (overleggen van alle relevante stukken).

Heeft het zin de rechtbank hier al voor de zitting op te wijzen ? Wat is daarvoor de juiste manier ?

Dat is een ingewikkelde situatie en waarschijnlijk is wat meer informatie nodig om hier goed over te kunnen oordelen. Vooropgesteld daarbij staat dat wij dit niet eerder bij de hand hebben gehad.

  1. Zijn alle documenten die niet zijn beoordeeld volledig geweigerd?
  2. Zo ja, betreft het documenten die volgens het bestuursorgaan buiten de Woo vallen (en onder een bijzonder openbaarmakingsregime (artikel 8.8 Woo))?
  3. Zijn de documenten die niet zijn beoordeeld (en niet naar de rechter gestuurd) identiek of vrijwel identiek aan de documenten die wel zijn beoordeeld?

Afhankelijk van het antwoord op bovenstaande vragen lijkt het verstandig om al voor de zitting de rechtbank per (digitale) brief te vragen om gebruik te maken van haar bevoegdheid om alle op de zaak betrekking hebbende documenten op te vragen. (Je wilt voorkomen dat na een jaar de zitting alleen hier over gaat en de inhoudelijke behandeling opnieuw moet worden uitgesteld.)

Overigens is het niet ongebruikelijke dat rechtbanken met een steekproef werken, maar dat is een andere situatie (controle achteraf).

Misschien is het handig om wat context te geven. Het gaat om zichtveldfoto’s in de applicatie Camera in Beeld. Dit is een applicatie die de politie gebruiklt om misdrijven sneller op te lossen. Een zichtveldfoto is een stilstaand camerabeeldje. Dit stilstaande beeldje illustreert het bereik van de camera.

De foto’s zijn op de volgende manier geweigerd:

De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer

Op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo kan ik geen informatie openbaar maken als dit de persoonlijke levenssfeer schaadt en dit belang zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid.

De geïnventariseerde zichtveldfoto’s zijn steekproefsgewijs bekeken en daaruit blijkt dat deze foto’s herleidbaar zijn tot personen. Op de zichtveldfoto’s zijn onder andere, maar niet uitsluitend, voortuinen, tuinen, straten en huiskamers te zien. Op basis van de zichtveldfoto’s is het mogelijk om het adres van de geregistreerde camera te herleiden.

Ik vind het in dit geval belangrijk dat het huisadres en daarmee de identiteit van de betrokkenen niet bekend worden gemaakt, omdat dit zijn of haar privacy kan schenden. Dat vind ik niet wenselijk. Om die reden worden de zichtveldfoto’s, overzicht 1 en een aantal kolommen uit overzicht 2 tot en met 4, zoals naam, geboortedatum, straatnaam, huisnummer en postcode niet openbaar gemaakt. Het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer weegt in dit geval zwaarder dan het belang van openbaarmaking.

Om terug te komen op je vragen:

Zijn alle documenten die niet zijn beoordeeld volledig geweigerd?
Zo ja, betreft het documenten die volgens het bestuursorgaan buiten de Woo vallen (en onder een bijzonder openbaarmakingsregime (artikel 8.8 Woo))?

Ja. De documenten zijn steekproefsgewijs beoordeeld. Op basis daarvan is besloten ze allemaal te weigeren onder vermelding van een relatieve weigergrond binnen de Woo. Er is dus geen sprake van een bijzonder openbaarmakingsregime.

Zijn de documenten die niet zijn beoordeeld (en niet naar de rechter gestuurd) identiek of vrijwel identiek aan de documenten die wel zijn beoordeeld?

Volgens het bestuursorgaan wel. Ik ben van mening dat het een zeer heterogene verzameling betreft waarbij de belangenafweging anders kan uitpakken per document (per foto).

Zo kan een zichtvelfoto laten zien dat de openbare ruimte wordt gefilmd. De AVG verplicht dat cameratoezicht kenbaar is en bij camera’s die grote delen openbare ruimte bestrijken ligt het niet voor de hand dat dit toezicht kenbaar is (immers, dan zou er bebording in openbare ruimte aangebracht moeten worden).

En dat terwijl kenbaarheid juist een belangrijke EVRM 8 waarborg is. Want als je niet weet dat je gefilmd wordt kun je er niet tegen opkomen. Zie o.a. Klass:

The Court points out that where a State institutes secret surveillance the existence of which remains unknown to the persons being controlled, with the effect that the surveillance remains unchallengeable, Article 8 (art. 8) could to a large extent be reduced to a nullity. It is possible in such a situation for an individual to be treated in a manner contrary to Article 8 (art. 8), or even to be deprived of the right granted by that Article (art. 8), without his being aware of it and therefore without being able to obtain a remedy either at the national level or before the Convention institutions. ( … ) The Court finds it unacceptable that the assurance of the enjoyment of a right guaranteed by the Convention could be thus removed by the simple fact that the person concerned is kept unaware of its violation. ( … )

Als de korpschef dus niet alle foto’s aan de rechtbank overlegt kan de rechtbank dan wel beoordelen of EVRM 8 zich verzet tegen het geheim houden van cameratoezicht in die gevallen waar nog niet in kenbaarheid is voorzien?

Het risico bestaat namelijk dat de korpschef zelf een selectie maakt en alleen foto’s overlegt die overeen komen met zijn gemaakte beoordeling.

Dank, zo is de situatie inderdaad een stuk helderder en beter te beoordelen. De kern van de weigering lijkt dus te zitten in (1) het kunnen achterhalen van de cameralocatie, (2) niet van hetgeen de camera gefilmd/fotografeerd heeft. Al is dat laatste niet helemaal duidelijk.

Argument 1 lijkt me een algemeen argument dat beoordeeld kan worden zonder alle beelden te zien, zolang de beoordeelde beelden representatief zijn (uiteenlopende bereik van de camera’s, wel/niet bestrijken van de openbare ruimte).

Voor argument 2 ligt dat anders. Dat berust namelijk wel op wat er precies op ieder beeld is te zien. Daarbij stel ik sterk de vraag of het feit dat een woning zichtbaar is op een camera de persoonlijke levenssfeer raakt. Eventueel kunnen ramen en tuinen afgelakt worden.

Dus is de beste manier om samen te vatten is dan denk ik dat A) ik in het beroepsschrift aanvoer dat van integraal weigeren gebaseerd op een steekproef geen sprake kan zijn omdat er sprake is van heterogeniteit B) door niet alle data te overleggen maakt verweerder het de rechtbank onmogelijk om het besluit te toetsen C) de vraag te stellen welke middelen de rechtbank heeft om het bestuursorgaan toch te bewegen alle relevante stukken te overleggen?

Wat is nu de beste vorm om ervoor te zorgen dat de rechtbank zelf naar dit verzoek gaat kijken voorafgaand aan de zitting? En niet pas tijdens de zitting dit onder ogen krijgt?

Door te verwijzen naar de relevante artikelen in de Awb (8:29-8:31, dat is gelijk het antwoord op je punt C) en dit niet in het beroepschrift te verstoppen maar een aparte brief aan te wijden denk ik.