Onderzoek - Rechtbanken laten beroepen niet tijdig beslissen (Woo) maandenlang op de plank liggen

De afgelopen jaren is de wachttijd bij een uitspraak van de rechter in beroepen wegens niet-tijdig beslissen op een Woo-verzoek dramatisch verslechterd. Dat blijkt uit onderzoek van SPOON in samenwerking met Follow the Money en De Volkskrant. In meer dan de helft van de beroepen komt het zelfs helemaal niet meer tot een uitspraak. Van de rechtsbescherming tegen een verzakende overheid blijft zo weinig over.

Het onderzoek
We benaderden alle elf rechtbanken met de vraag hoeveel uitspraken zij jaarlijks doen in dit type zaken en hoe lang zij daarover doen. Negen rechtbanken konden ons cijfers aanleveren voor de periode 2022-2025, twee konden dit alleen voor 2025. Ook vroegen we cijfers over het totaal aantal van dit type zaken dat Woo-verzoekers indienen bij de rechtbanken. Dat blijkt namelijk enorm te verschillen van het aantal uitspraken.

De resultaten
De resultaten liegen er niet om. In plaats van de wettelijk voorgeschreven acht weken deden de rechtbanken er gemiddeld allemaal langer over. Bij sommige rechtbanken (Amsterdam, Oost-Brabant, Zeeland-West-Brabant) was dit afgelopen jaar zelfs zes maanden. Slechts een enkele rechtbank, die in Noord-Nederland (Groningen, Friesland, Drenthe) blijft structureel in de buurt van de wettelijke termijn.

Je zou kunnen denken dat dit ligt aan toegenomen werkdruk vanwege het aantal ingediende zaken. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk. Om te beginnen zien we dat het aantal zaken dat wordt ingediend niet explosief stijgt: in 2023 en 2024 waren dat er landelijk 1.100, in 2025 waren het er 1.300. Dat betekent per rechtbank gemiddeld rond of iets boven de honderd beroepen per jaar.

Daarmee gaat het om nog geen 1 procent van alle bestuursrechtelijke zaken. Het aantal valt bijvoorbeeld in het niet bij andere overheidsbesluiten waartegen veel beroepen wegens niet-tijdig beslissen worden ingediend, zoals de hersteloperatie toeslagen (6.900 zaken) en asielprocedures (55.000 zaken). Tegen Follow the Money zeggen sommige rechtbanken dat de Woo-zaken hier onder te leiden hebben, omdat zij alle beroepen niet-tijdig beslissen op een stapel leggen en op volgorde van binnenkomst behandelen.

Ook is er geen duidelijk verband tussen een stijging in het aantal zaken bij een bepaalde rechtbank en een tragere afhandeling. Zo werden in Amsterdam in 2025 maar 104 uitspraken gedaan, terwijl dat er in 2022 44 en in 2023 244 waren. In dat zelfde tijdsbestek steeg de doorlooptijd jaar na jaar tot 189 dagen.

De gevolgen
Het gevolg van het maandenlang laten verstoffen van de beroepen wordt ook scherp zichtbaar. De rechter komt nog maar in minder dan de helft van de beroepen die worden ingediend tot een uitspraak. In vrijwel alle andere gevallen eindigt de zaak omdat de verzoeker het beroep intrekt. Niet uit eigen beweging, maar omdat het bestuurorgaan alsnog eindelijk tot een openbaarmakingsbesluit is gekomen.

Dit laat niet alleen zien dat de werkdruk voor de rechtbanken nog veel lager is dan het op basis van de instroom lijkt. Erger is dat meer dan de helft van de verzoekers die een beroep hebben gedaan op de rechter dit tevergeefs doen. Het beroep dat zij doen op de rechter wordt eenvoudigweg genegeerd. Ondertussen krijgen bestuursorganen geen enkele prikkel om de beroepen niet-tijdig serieus te nemen en het volgende keer beter te doen. Dit is funest voor de openheid van de overheid én het vertrouwen van zeer uiteenlopende groepen burgers in de rechterlijke macht en de rechtsstaat.

Meedenken over oplossingen
Dit onderzoek laat twee dingen duidelijk zien. Enerzijds dat de rechtbanken het ernstig laten afweten, anderzijds dat we te maken hebben met een eenvoudig oplosbaar probleem. De omvang van de werklast die bij deze beroepen komt kijken is zeer beperkt: niet alleen per zaak, maar ook in totaal. Toch is duidelijk dat deze zaken zonder gerichte aanpak onder op de stapel belanden.

Nu ook de rechtbanken en de Raad voor de Rechtspraak deze cijfers kennen, zullen zij moeten beseffen dat ze onnodig het maatschappelijk zo belangrijke werk van journalisten, wetenschappers, activisten en andere betrokken burgers ernstig veronachtzamen. Wat ook leidt tot afkalving van even zo belangrijke vertrouwen in instituties zoals de rechtspraak.

Hoewel de rechterlijke macht niet alle onderliggende problemen met de trage afhandeling van Woo-verzoeken kan oplossen, mag zij niet de kop in het zand steken en hopen dat het probleem van overheden die zich niet aan wettelijke termijnen houden vanzelf weggaat. Deze ‘zaakstroom’ moet daarom op een of andere manier worden losgekoppeld van de asiel- en toeslagenberoepen niet-tijdig.

SPOON wil dan ook in gesprek met rechtbanken en Raad voor de Rechtspraak om mee te denken over een praktische en slimme oplossing waarbij iedere Woo-verzoeker kan rekenen op een uitspraak binnen acht weken. Dit is zonder meer mogelijk, zonder dat andere typen zaken daar nadeel van hoeven te ondervinden.