Actieve openbaarmaking Woo-verzoek: protesteren moet snel!

Van actieve openbaarmaking is iedereen die een open overheid een warm hart toedraagt voorstander. Dat scheelt weer Woo-verzoeken, het bestuursorgaan is minder tijd kwijt en je hebt de informatie een stuk sneller. Win-win. Maar zoals we allemaal weten verloopt dat uiterst traag en zijn de meeste categorieën uit de wet nog niet verplicht.

Ondertussen zijn steeds meer bestuursorganen al langere of kortere tijd bezig om in ieder geval Woo-besluiten en de bijbehorende documenten actief openbaar te maken. Goede zaak natuurlijk, want nu weet je vaak niet eens of informatie al eens eerder is opgevraagd.

Sommige gemeenten, zoals de Gemeente Utrecht, gaan een stap verder en publiceren niet alleen het Woo-besluit maar ook het Woo-verzoek, met uitzondering van de persoonsgegevens van de verzoeker. Meestal ook prima, bijvoorbeeld omdat je dan kunt zien in hoeverre de gevraagde informatie ook echt is verstrekt.

Maar wat als er in het Woo-besluit of het Woo-verzoek informatie staat die herleidbaar is naar de persoonlijke levenssfeer van de verzoeker en je verwacht daar als verzoeker nadeel van te ondervinden? Kun je daar dan iets tegen ondernemen?

Ja, dat kan. Maar uit een uitspraak van de Raad van State van 17 juni 2026 blijkt dat je er heel snel bij moet zijn.

In de ontvangstbevestiging van de gemeente Utrecht staat: ‘Sinds 2015 maken wij afgeronde Wob-dossiers openbaar door ze voor eenieder op de website te publiceren. Wij publiceren het ingekomen Woo-verzoek, het Woo-besluit of de reactie daarop zonder persoonsgegevens en de eventueel openbaar gemaakte informatie op onze webpagina. Mocht u het niet eens zijn met het openbaar maken van uw Woo-verzoek dan kunt u binnen twee weken na de datum op deze brief eventuele bedenkingen aan ons kenbaar maken.

Hoewel de Raad van State in deze zaak niet uitdrukkelijk zegt dat die twee weken een rechtmatige termijn is, mocht de verzoeker niet pas in de beroepsprocedure hier tegenop komen. ‘Pas tijdens de beroepsprocedure bij de rechtbank heeft hij kenbaar gemaakt dat hij zich tegen de actieve openbaarmaking verzet.’

Onze conclusie: al bij of kort na het indienen van je Woo-verzoek moet je bedenken of in het verzoek mogelijk informatie staat die in het licht van de weigergronden van de Woo niet openbaar zou mogen worden. Veiligheidshalve moet je dit in het verzoek of binnen twee weken na de ontvangstbevestiging op zijn laatst laten weten. Ik vermoed wel dat dit ook tot de datum van het Woo-besluit nog mogelijk is, omdat de Raad van State alleen zegt dat de beroepsprocedure bij de rechtbank te laat was. Maar dat risico kun je beter niet lopen.