Als je het niet eens bent met een Woo-besluit, dan kan een bezwaar hiertegen eventueel behandeld worden door een commissie (de bezwaaradviescommissie) zoals beschreven in:
Deze commissie brengt een advies uit, waarop een besluit volgt van het bestuursorgaan. In artikel 7:13 lid 7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat een afwijking door het bestuursorgaan t.o.v. het advies van de commissie gemotiveerd dient te zijn.
In artikel 7.13 lid 6 van de Awb staat:
Het advies van de commissie wordt schriftelijk uitgebracht en bevat een verslag van het horen.
In dit lid is niet expliciet opgenomen dat het advies inhoudelijk gemotiveerd moet zijn, noch wordt er ingegaan op de vereiste diepgang van het verslag.
In de praktijk zie ik bij sommige bezwaaradviescommissies een groot gat tussen de door partijen aangebrachte punten en het advies zonder motivering van de afwijking. Het (verplichte) verslag zelf is veelal oppervlakkig.
Ik heb begrepen dat bij de behandeling in de rechtbank alleen een marginale toetsing kan plaatsvinden en dat de kansen aanwezig zijn dat er geen zelfstandige en volledige toetsing plaatsvindt. Dit is zorgelijk, omdat een dergelijk oppervlakkig verslag en ongemotiveerd advies in de praktijk door de bestuursrechter mogelijk als uitgangspunt wordt genomen, zonder dat alle bezwaarpunten expliciet zijn weerlegd of besproken.
Wat zijn de ervaringen rond de Woo (dus als er geen discretionaire bevoegdheid is):
- (a) of,
- (b) hoe vaak en
- (c) hoe zorgvuldig de rechtbank een niet-gemotiveerd advies van de commissie kritiekloos volgt?
Hoe kun je in de bezwaaradviescommissie-fase en bij een rechtsgang preventief al maatregelen treffen om - mocht het vaker voorkomen - dit risico te verkleinen zodat er een gebalanceerde uitspraak uit komt?