Mag een bestuursorgaan uitstellen ivm zienswijze zonder een termijn te geven?

Dit is de motivatie die het ministerie stuurde om het uitstel in het kader van hun verzoek om het vragen van een zienswijze aan een derde belanghebbende te motiveren:

‘Opschorting - De belanghebbende krijgt twee weken gelegenheid om op dit verzoek een reactie te geven. Dit betekent dat ik meer tijd nodig heb om uw verzoek te beoordelen. De beoordeling van uw verzoek wordt daarom opgeschort (dat wil zeggen: uitgesteld) op grond van artikel 4.4, derde lid, van de Wet open overheid (Woo). Dit uitstel duurt tot deze termijn verlopen is of tot het moment waarop van de belanghebbende een reactie is ontvangen.”

Zo’n open einde kan wel erg lang duren. Inmiddels zijn we ruim een maand verder. Geen(!) nieuws.

Wat nu te doen?

Dit is een vervolg op Belanghebbende verzet zich tegen mijn Woo-verzoek, wat kan ik doen?

Ik zal het helder proberen uit te leggen zodat het voor iedereen makkelijk te lezen is:

Er bestaan verschillende soorten “termijnen” waaronder:

  1. Wettelijke termijn

  2. Redelijke termijn

Van een wettelijke termijn is sprake als de termijn voor het nemen van een beslissing ook in de wet is geregeld en vastgelegd. Als dat niet het geval is, dan is er een redelijke termijn, waarbij deze in ieder geval is verstreken als 8 weken voorbij zijn.

De Woo regelt de termijnen in de wet, de wettelijke termijnen. Deze zijn: + 4 weken, daarna verdaging dat betekent +2 weken erbovenop.

Deze wettelijke termijnen kunnen worden ‘opgestort’ (uitgesteld) bijvoorbeeld:

  • plus X tijd (normaal gesproken 2 weken) voor zienswijzen

  • plus X dagen als je een verzuim moet herstellen of als een van de volgende kwesties van toepassing is:

a. gedurende de termijn waarvoor de aanvrager schriftelijk met uitstel heeft ingestemd,
b. zolang de vertraging aan de aanvrager kan worden toegerekend, of
c. zolang het bestuursorgaan door overmacht niet in staat is een beschikking te geven (overmacht is niet snel sprake van, je moet denken aan natuurcatastrophes of het gebouw dat in brand vliegt en wat niet).

Is deze wettelijke termijn verstreken, dan kan je het bestuursorgaan in gebreke stellen. Daarin moet het volgende in ieder geval staan omdat anders het mogelijk als ingebrekestelling worden aangemerkt:

  1. Benoemen om welke aanvraag / besluit het gaat

  2. Benoemen dat het bestuursorgaan te laat is met het nemen van een besluit op die aanvraag

  3. Aangeven dat je een nieuw besluit wil en aangeven dat als het bestuursorgaan niet binnen 2 weken na het ontvangen van die ingebrekestelling een besluit neemt, je dan in beroep bij de rechtbank gaat tegen het niet tijdig beslissen.

2 Likes

Ter aanvulling en als concreet antwoord op je specfieke vraag:

Zijn er inmiddels acht weken verlopen sinds indiening van de aanvraag: 4 weken eerste termijn + 2 weken verdagingstermijn + 2 weken opschorting voor vragen zienswijze?

Dan is het bestuursorgaan te laat en dus ‘in gebreke’. De verzoeker heeft nu recht om het bestuursorgaan in gebreke te stellen zoals @Randwaarde schrijft.

Met de ingebrekestelling geef je het bestuursorgaan een laatste kans op binnen 2 weken alsnog op het verzoek te beslissen. Deze termijn moet je het bestuurorgaan geven en benoemen in je gebrekestelling. Neemt het bestuursorgaan niet binnen die 2 weken alsnog het besluit dan is het bestuursorgaan in verzuim en kan je beroep indienen wegens niet-tijdig beslissen.

Voor een uitgebreid stappenplan van de indiening van het verzoek tot aan het nemen van het besluit, zie: Woo-hulp 2: Van verzoek naar besluit! | Expertisecentrum SPOON

2 Likes

Wellicht nog als aanvulling op hetgeen ik heb beschreven zodat het toetsingskader ook volledig is aangeduid:

Als een termijn eindigt op een weekend of op een door de wetgever erkende feestdag, dan wordt de termijn verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.

Dit volgt uit de Algemene termijnenwet (wetten.nl - Regeling - Algemene termijnenwet - BWBR0002448)

Voorts merk ik volledigheidshalve tevens op dat Unierechtelijke termijnen, zoals bij het indienen van AVG verzoeken, anders en wel autonoom zijn geregeld ten opzichte van de termijnen die volgens het nationale recht van de lidstaten gelden. Dit volgt uit de Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden. Verordeningen hebben voorrang boven nationaal recht en zijn rechtstreeks toepasselijk.

1 Like