Rechtbank oordeelt: Het niet aanleveren van analoge adresgegevens mag niet leiden tot het niet behandelen van het Woo-verzoek

Grote winst voor het recht op gegevensbescherming en voor Woo-verzoekers.

Na meer dan een jaar procederen heeft de rechtbank eindelijk uitspraak gedaan in mijn zaak en zwart op wit geoordeeld dat een bestuursorgaan een elektronisch Woo-verzoek niet buiten behandeling mag stellen om reden dat er geen analoog adres is voorgelegd.

Voor de volledige uitspraak zie:

2 Likes

Dat is inderdaad een mooie uitspraak en in onze ogen ook goed nieuws! Dank voor het delen, en laat je het weten als de UvA in hoger beroep gaat?

1 Like

Mooie en heldere uitspraak! De rechtbank spreekt duidelijk uit dat het opgeven van een fysiek (woon- of post)adres inderdaad geen vereiste is bij het doen van een Woo-verzoek.

De rechtbank baseert dit op het gegeven dat het adres, net als de handtekening, geen zogenaamd ‘constitutief’ vereiste is. Dat heeft de Raad van State al in 2017 bepaald voor de handtekening. Zonder deze informatie is de aanvraag weliswaar ‘onvolledig’ maak kan toch sprake zijn van een geldige bestuursrechtelijke aanvraag. Dit is alleen anders als het bestuursorgaan zonder deze informatie niet in staat is om een beslissing te nemen.

De rechtbank concludeert in dit geval dat het bestuursorgaan daar wel toe in staat is en SPOON denkt dat dit in de meeste gevallen waarin sprake is van een verzoeker die oprecht naar informatie op zoek is het geval zal zijn.

Er zijn wel enkele situaties denkbaar waarin het verlangen van de adresgegevens gerechtvaardigd is, maar die zullen zich niet snel voordoen. Als het bestuursorgaan er bijvoorbeeld aan zou twijfelen of het verzoek van een echte persoon is of van een chatbot, dan kan het anders liggen. Of als de verzoeker nooit reageert op e-mails van het bestuursorgaan over de afhandeling van het verzoek.

Kortom, zolang je goed je spamfolder in de gaten houdt en normaal reageert op vragen, dan is het niet verstrekken van een fysiek adres niet nodig.

Dit is met name van belang:

  • Omdat het onderstreept dat het indienen van een Woo-verzoek laagdrempelig moet zijn
  • Omdat het onderstreept dat de persoonlijke omstandigheden of identiteit van de verzoeker niet relevant is voor voldoen aan een Woo-verzoek (behalve verzoeken op grond van artikel 5.5, informatie die persoonlijk betrekking heeft op de verzoeker en alleen om die reden verstrekt wordt)
  • Omdat het bevestigt dat door steeds meer overheden verplicht gestelde formulieren niet allerlei verplichte velden mogen bevatten
  • Omdat veel bestuursorganen nu nog weigeren om Woo-verzoeken zonder fysiek adres in behandeling te nemen

De gepubliceerde uitspraak is hier te vinden.

1 Like

In lijn hiermee is schijnbaar ook Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) die 1 januari 2026 in werking is getreden: een burger heeft het recht om digitaal te communiceren met de overheid, maar de overheid kan de burger hiertoe niet verplichten.

Zie ook:

2 Likes

De Wmebv heb ik inderdaad ook aangehaald in mijn beroepsprocedures. Zo staat in mijn beroepschrift tegen de minister van Algemene Zaken in een nadere zaak o.a. het volgende te lezen:

In mijn beroepschrift tegen het College van Bestuur van de Universiteit Amsterdam, waar bovengenoemde uitspraak dus ook op toeziet, heb ik dat punt evenzeer aangehaald.

Daarbij heeft verweerder echter aangevoerd dat de Wmebv in die tijd (2024) nog niet van toepassing was.

Aan die constatering komt echter geen betekenis toe, nu de AVG overeenkomstig artikel 288 VWEU rechtstreekse doorwerking kent en aldus zelf al voorziet in de nodige beginselen zoals gegevensminimalisatie (artikel 5 AVG).

Mij viel dan ook op dat @SPOON ook het standpunt omtrent de Wmebv had aangehaald in de zaak omtrent het verplicht stellen van DigiD, en dat de rechter toen ook had gezegd dat de Wmebv toen nog niet in werking was getreden.

Toen ik dat las moest ik echter ook mijn hoofd schudden omdat dat standpunt van de rechter op de valse premisse berust dat zonder de Wmebv ogenschijnlijk niet aan de daaruit voortvloeiende beginselen zoals gegevensminimalisatie zou moeten worden voldaan; dat is dus niet het geval.

Ja, eens, vind ik ook het mooie van het Nederlandse systeem van wetten en regels. Ze sluiten goed op elkaar aan, strak coherent. En dat niet alleen op een tijdstip t=t0, maar ook als de tijd voortschrijdt.

En als ze keer vervelend met elkaar in strijd zijn, dan is kwestie van tijd totdat er iemand komt die de situatie laat verhelderen door de rechtbank. Fouten in dit proces veroorzaken zeker persoonlijke en materiele schade, maar het kan veel slechter zoals het afgelopen jaar hebben beleefd.

Ondanks alle zorgen over de rechtsstaat prijs ik me gelukkig met alle goede juristen in de verschillende organen die het opzetten, telkens verbouwen en/of toetsen.