'Wobstructie' is ook onder de Woo springlevend, net als onzin verkopen aan de rechter

De Burgemeester van Den Haag, Jan van Zanen, haalt drie jaar lang iedere truc uit de kast om te voorkomen dat hij hoeft de voldoen aan een Woo-verzoek. De rechtbank en daarna de Raad van State stuurt hem daarom opnieuw terug naar de behandeltafel. Maar aan het verzoek, dat al dateert van de eerste helft van 2023, is nog steeds niet voldaan.

Namen van gecontroleerde bedrijven
Deze zaak draait om het HEIT: het Haags Economisch Interventie Team, een afdeling die direct onder de burgemeester valt en is opgericht voor het tegengaan van ondermijning. Een in Den Haag woonachtige persoon heeft het vermoeden dat bij de inspectie van ondernemingen door het HEIT sprake zou kunnen zijn van etnisch profileren en wil dit toetsen.

Daartoe doet hij een Woo-verzoek naar alle uitgevoerde controles in de voorgaande negen jaar, waaronder uitdrukkelijk ook ‘informatie over de locaties waar de controles hebben plaatsgevonden, de aard van de gecontroleerde activiteiten, de selectiecriteria van de controles met inbegrip van de frequentie en resultaten van deze controles’. Kortom, hij wil ook weten bij welke bedrijven is gecontroleerd, om zo te kunnen vaststellen of bedrijven van personen met bepaalde etnische achtergronden oververtegenwoordigd zijn.

Burgemeester verzamelt de stukken niet
De burgemeester doet alsof zijn neus bloedt en verstrekt bij het besluit alleen een ‘schematische weergave van de beschikbare cijfers’. De burgemeester verzamelt dus niet eens de stukken waarin de namen van de gecontroleerde bedrijven staan.

Bij de rechtbank beweert de burgemeester, ondanks dat uit het verzoek duidelijk het tegendeel blijkt, dat in overleg met de verzoeker niet zou zijn afgesproken de namen van de bedrijven te verstrekken. Openbaarmaking hiervan zou volgens de burgemeester bovendien deze bedrijven onevenredig benadelen.

Met dat laatste argument maakt de rechtbank korte metten. De burgemeester heeft de ‘mogelijke’ onevenredige benadeling niet aannemelijk en concreet gemaakt. ‘Dit geldt temeer omdat het in deze zaak gaat om informatie over (her)controles en daaruit niet kan worden afgeleid dat ook daadwerkelijk een overtreding heeft plaatsgevonden’, aldus de rechtbank.

‘Ik zeg niet dat er geen stukken zijn’
De burgemeester gaat echter niet als nog aan de slag met het verzamelen van de documenten waarin de namen staan of het opstellen van een overzicht hiervan. In plaats daarvan gaat hij in hoger beroep en wijst in een nieuw besluit opnieuw het verzoek om de namen integraal af.

In hoger beroep maakt de burgemeester het nog bonter door te stellen dat er geen documenten bestaan waarin de namen van de gecontroleerde ondernemingen staan. Verder zou het ‘evident’ zijn dat bedrijven schade lijden als hun namen openbaar worden. (Nogmaals het gaat om het enkele feit dat een controle heeft plaatsgevonden.)

De Afdeling wijst de bewering dat de verzoeker helemaal niet om de namen gevraagd zou hebben resoluut van de hand. ‘De burgemeester had dan ook kunnen weten dat het overzicht dat hij heeft opgesteld niet tegemoetkomt aan de wensen van [wederpartij]. … Aan de hand van deze gegevens is niet vast te stellen of ondernemingen van eigenaren met een bepaalde etnische achtergrond vaker voorwerp zijn van onderzoek door het HEIT dan andere ondernemingen.’

Ook de stelling dat de burgemeester geen stukken met de namen zou hebben schuift de Afdeling terzijde. Als de staatsraad dit ter zitting aan de vertegenwoordiger van de burgemeester voorhoudt, zegt die plotseling: ‘ik zeg niet dat er geen stukken zijn’. Een quote die de staatsraad letterlijk zo in de uitspraak opneemt.

Burgemeester krijgt vierde kans
Maar ook in het nieuwe besluit heeft de burgemeester dus weer geweigerd om überhaupt de stukken waar de namen in staan te verzamelen. Aan de ene kant betekent dat de Afdeling op voorhand al niet kan beoordelen of motivering om die stukken te weigeren door de beugel kan. Aan de andere kant betekent het dat de Afdeling de burgemeester weer opnieuw moet opdragen om zelf een zoekslag te doen.

Hoewel de burgemeester dus met de aanpak van dit Woo-verzoek vanaf het begin fout heeft gezeten, heeft drie jaar later nog niet één rechter inhoudelijk naar de betreffende stukken kunnen kijken om te beoordelen of ze al dan niet openbaar kunnen worden. Als de opzet van de burgemeester is geweest om niet te voldoen aan het verzoek dan is die drie jaar lang met vlag en wimpel geslaagd.

Dit zijn de momenten waarop ik met ongeloof lees dat in dit geval de burgemeester een VIERDE kans krijgt om het onjuiste besluit te herstellen. Als het aan mij ligt zou de Afdeling hebben gezegd, de maat is vol, de stukken opeisen bij de burgemeester en zelf tot een oordeel komen of openbaarmaking gerechtvaardigd is. Zelf voorzien heet dat, en het mag gewoon van de Awb.

Weer drie maanden de tijd
In plaats daarvan mag de burgemeester weer drie maanden de tijd nemen en kan het zo maar zo zijn dat hij nu wel de stukken verzamelt, maar openbaarmaking van de namen wederom weigert. De verzoeker moet dan opnieuw beroep aan tekenen en mogelijk tot een jaar wachten tot de Afdeling er, dan echt voor de laatste keer, naar kijkt.

1 Like